Ganzen bewegen zich in een groep waarbij er een voortdurend geven en ontvangen van hulp aan elkaar plaatsvindt. Door te vliegen in een V-formatie profiteren de dieren van elkaars stuwende kracht. Bij vermoeidheid of ziekte wisselen ze elkaar af in de koppositie, en door luid te gakken moedigen ze elkaar aan. Eenmaal geland gaat ieder dier voor zichzelf aan de slag om voldoende voedsel te krijgen.

Goed voor jezelf zorgen draagt ook bij aan het welzijn van de anderen met wie je samenwerkt. Een harmonieuze samenwerking in een team zorgt voor meer effectiviteit en gezondheid.